Het laatste verhaal omtrent het ziekenhuis. Vandaag zijn bij Marijke de hechtingen eruit gehaald en alles zag er goed uit. In de wachtruimte bij de polikliniek zaten een man of 15 te wachten, de meeste om hechtingen te laten verwijderen. Marijke en ik praten een beetje over koetjes en kalfjes totdat een man die tegenover ons wachtte, besloot ons aan te spreken. Niet in het portugees, maar in het nederlands! Hij bood aan om indien nodig voor ons het één en ander te vertalen bij de verpleegster die de hechtingen eruit zou halen. Ik vertelde hem dat het echt niet nodig was omdat ik me wel redelijk kan redden. Wel even een praatje met de man gemaakt en natuurlijk gevraagd hoe het kan dat iemand van Madeira nederlands kan verstaan en spreken. De verklaring: Hij is helemaal gek van het eurovisie songvestival en kende dan ook alle nederlandse deelnemers van de voorgaande jaren. Hij vind de inzendingen van Nederland altijd heel mooi en bestelt daar dan de CD’s van die hij daarna op zijn computer weer vertaald. Erg knap dat je op zo’n manier je een taal eigen kunt maken. Een ware autodidact. Toch voortaan maar een beetje opletten wat we tegen elkaar in het nederlands zeggen, want misschien kent Madeira wel vele mensen met deze gave.
Deze week is Lydia, mijn zus, voor een weekje op bezoek. Qua weer treft ze het niet erg, maar ze maakt wel een aantal typische dingen mee. Eén wil ik jullie niet onthouden. Eerder schreef ik al over de wijn die José samen met zijn vrouw maakte. Mijns inziens was het allemaal bocht en niet bepaald lekker. José denkt daar heel anders over. Op een ochtend moesten we maar even bij hem langs komen want hij ging aguardente maken. Dit is een destilatieproces waarbij de slechte wijn wordt “omgevormd” tot een zeer sterk mengsel. Direct bij aankomst werd ons wijn en aguardente aangeboden, maar we bedankten vriendelijk. José had wel zin in een glaasje en tapte voor hemzelf een limonadeglas vol met wijn af uit een eiken vat. Dit glas sloeg hij in één teug achterover.

Toch is het mooi om te zien hoe men met zeer beperkte middelen dingen voor elkaar krijgt. Een grote pan wordt gevuld met wijn (lees bocht) en deze pan sluit je dan af met een deksel met een gat erin waar de alcoholdamp door kan ontsnappen. Verwarmen gaat gewoon simpel met wat stukken hout die onder de pan aangestoken worden. Ingenieus is de manier waarop men alles luchtdicht maakt. Men maakt gewoon een deegpapje en smeert dit over de naden en kieren waardoor er geen warmte en damp verloren gaat. Via een metalen buis die via de deksel door een vat met koud water loopt, wordt de damp weer omgezet in vloeistof en kan dan onderaan opgevangen worden.

Deze tijd van het jaar is dé tijd om de druiven te oogsten. De meeste druiven hier op Madeira zijn voor consumptie niet echt geschikt, maar dat is dan ook niet de reden waarom de gemiddelde Maderein druiven verbouwt. Het dient namelijk een hoger doel: Wijn! De kwaliteit is meestal slecht tot bar-slecht en soms echt niet te zuipen. Vandaag heb ik José, één van de bouwvakkers meegeholpen met de oogst en kon het hele proces van dichtbij bewonderen. Natuurlijk begint het allemaal met het oogsten van de druiven.

Daarna moet alles naar de pers gesjouwd worden, wat hier zoiets betekent als veel klimmen. Dan komt het echte werk, het persen. Tegenwoordig gaat dit met behulp van wat modernere technieken, maar het principe blijft hetzelfde. Uiteindelijk moet het laatste sap er met de blote voeten uitgeperst worden.

Deze gaat dan (in dit geval) door een tuinslang heen om in een lager gelegen huis de vaten te vullen. Marijke viel het op dat de vrouw des huizes al het zware werk deed. Ik was het daar echter niet mee eens. Aan José de taak om al dit bocht te verorberen. De oogst van dit jaar was wat minder dan vorig jaar, maar altijd nog goed voor een slordige 1300 liter! Vorig jaar was de opbrengst met 1900 liter aanzienlijk hoger.

José en zijn familie wonen hier niet alhoewel er wel diverse gebouwen op het terrein staan. Hij heeft er geen electra maar stromend water is er wel voorhanden. Dit betekent echter niet dat de sanitaire voorzieningen inmiddels de inhaalslag naar de 20e eeuw hebben bereikt getuige de volgende afbeelding. Zoals ze in Engeland zeggen: A lu with a view!

Gisteravond waren we uitgenodigd door de schilder om samen met zijn familie ergens te gaan dineren. Zo rond half tien hadden we afgesproken in Canico. Op de snelweg kwamen we elkaar al tegen en nadat we de auto’s hadden geparkeerd, kon Marijke ook kennis maken met zijn vrouw Susanna en hun dochter Andrea van 12 jaar en hun zoontje João van 6 jaar. Op Madeira is het heel gebruikelijk dat wanneer je een avondje op stap gaat, de kinderen gewoon meegaan. Gemiddeld genomen zijn kinderen hier een stuk gemakkelijker in de omgang en veel beleefder en rustiger dan in Nederland. De kinderen van de schilder bevestigden dit nogmaals. Het diner bestond uit espetada met de gebruikelijke salade en milho frito. Een lekker glaasje wijn erbij en natuurlijk een leuk gezelschap.
Na het eten zijn we naar het shopping center gegaan om daar te gaan bowlen. Ook hier gingen de kinderen gewoon mee en hadden de tijd van hun leven. Omstreeks 1 uur zijn we allemaal weer huiswaards gekeerd. Andrea vroeg of het zwembad al klaar was en João wilde wel met ons mee naar huis. Zijn teleurstelling was groot toen zijn vader zei dat het maar een grapje was maar João was nou niet bepaald “amused”. We hebben afgesproken dat wanneer alles klaar is ze gauw een keer langs moeten komen om samen met ons van het zwembad te genieten. Al met al hadden we een leuke en gezellige avond met onze “nieuwe” vrienden.
Marijke had tijdens het kerstfeest bij haar op het werk een hotelbon uit de lootjes getrokken en daar hebben we afgelopen weekend gebruik van gemaakt. Het was een tegoedbon voor een hotel aan de noordkant van het eiland met de naam Mont Mar Palace. Vrijdagavond zijn we richting Ponta Delgada gereden, een kustplaats aan de noordzijde van het eiland. Daar ‘s avonds gedineerd en een wandeling gemaakt door het dorp om daarna nog net even de zon onder te zien gaan.

De volgende dag na het ontbijt werd het tijd om de omgeving wat beter te leren kennen. We reden richting São Jorge waar we koffie hebben gedronken tegenover de rozentuin van Quinta das Vinhas. Hierboven hebben ze een prachtig park aangelegd. Ook de rozentuin schijnt de moeite waard te zijn voor de rozenliefhebbers. Wij zijn echter doorgereden en op een gegeven moment zag ik een bordje langs de kant van de hoofdweg met de verwijzing Moinho a Àgua, wat zoveel betekent als watermolen. Zeker met onze nederlandse achtergrond waren we benieuwd naar deze “molen”. Daar aangekomen werden we verwelkomd door een echtpaar op leeftijd die hier nog altijd hun bedrijfje hebben. Ik begon direct in het portugees tegen hen te praten en al gauw was er een band ontstaan. Madereinen waarderen het enorm wanneer je ze in hun eigen taal te woord staat. Ze verwachten het niet en zijn dan ook reuze benieuwd wat wij hier zoal doen en waarom Madeira?

Het is een watermolen, aangedreven door levadawater, die het graan en maïs van de plaatselijke bevolking maalt. De molenaar wordt in natura betaald door 10% van de opbrengst voor zichzelf te houden. Het familie-bedrijfje is al meer dan 300 jaar oud en recentelijk gerestaureerd en in het jaar 2000 door de president heropend. Al gauw werden we uitgenodigd om even achterom te komen en wat verder te kletsen. Uiteindelijk doel was de aquadente, een heel sterk brouwsel gemaakt van gedestilleerde wijn. Er was geen ontkomen aan en ik moest er aan geloven. Nou vindt ik het absoluut niet lekker, maar ik wilde het echtpaar ook niet voor de kop stoten dus dan maar een klein beetje. Na een klein uurtje hebben we afscheid van hun genomen. Zeker de moeite waard om het eens te bezoeken.

Gisteren werden we gebeld door onze vriend Valdemeiro met de vraag of we nog van plan waren om te kijken bij de slacht van het varken. Marijke had nog veel werk te doen dus ik besloot uiteindelijk alleen te gaan. In eerste instantie had ik er niet zo veel zin, ik weet inmiddels een beetje hoe het gaat hier op het eiland. Je wordt uitgenodigd en terwijl je zegt maar kort te zullen blijven draait het er vaak op uit dat je in de nachtelijke uren de thuisreis pas weer aanvaardt. Mede met het oog op oudjaarsavond wilde ik eigenlijk liever de dag rustig in huis doorbrengen, maar zoals gezegd ben ik toch “even” wezen kijken.

Bij aankomst was het varken reeds geslacht en hing aan de pergola. De ingewanden waren er reeds uit en de vrouwen waren druk bezig met het schoonmaken van de darmen. Normaal heb ik hier geen enkele moeite mee, maar de stank die hierbij vrijkwam was bijkans ondraaglijk. Vele malen moest ik echt even mijn adem inhouden teneinde daar niet terplekke over mijn nek te gaan. Ik had voor de hele familie een fles oranjebitter meegenomen die ook hartelijk in ontvangst werd genomen. Deze zullen ze op onze koninginnedag soldaat maken werd mij verzekerd. Na het reinigen van de darmen was het etenstijd en werden we in de keuken verwacht alwaar de mannen aan tafel plaats mochten nemen. Thuis had ik al redelijk wat gegeten om er zeker van te zijn dat wanneer ik hier weer vol met wijn zou worden gegoten daar niet te veel last van zou hebben. De moeder van Valdemeiro had voor iedereen al een bord opgeschept met pas geslacht varken, rijst en aardappelen. Een Maderein houdt wel van lekker eten maar vooral van veel, héél veel. Er kon dus ook geen korreltje rijst meer bij op, zo vol waren de borden. Helaas voor mij vond ik het niet zo lekker en heb er maar een beetje van gegeten. Ik zat nog steeds met die stank van dat varken in mijn neus.

Na de maaltijd zouden Valdemeiro, zijn zoontje en ik een stukje gaan wandelen, wat hoger in de bergen. aangezien dat nog een behoorlijk eindje rijden was zouden we het eerste stuk per pick-up truck afleggen. Bij ieder barreteje dat we onderweg tegenkwamen werd gestopt, wat gedronken en veel gepraat. Bij het laatste dorpje voor de bergen aangekomen ziet Valdemeiro een kennis en nodigt hem ook uit mee te gaan want hij kent de weg daar goed en kent vele verhalen over Madeira. Het was een prachtige tocht over de hoogvlakte van Pico do Meio Vintem. Hier komen zelden mensen, er zijn geen wandelpaden en/of wegen maar met een 4×4 kom je een heel eind. de uitzichten waren adembenemend en we konden zelfs Pico Areiro zien. De weg terug gingen we via een andere route die op een bepaalde plek een machtig zicht zou geven op Serra da Água. Hier kwamen we ook weer uit op een pad. Er werd me van tevoren niet verteld dat we voor dat uizicht over een glibberige richel moesten lopen met een afgrond van zo’n 600 meter naast je. Vertellen ze je ook doodleuk dat je wel de goede kant op moet vallen! Had ik zelf ook kunnen bedenken maar ik moet zeggen dat ik blij ben dat ik ben gaan kijken. Op deze plek staat nog een oude ruïne van huis dat meer dan 100 jaar geleden nog bewoond was volgens de overlevering van de opa van Manuel, de kennis van Valdemeiro.

Lopende terug naar de auto zien we een andere 4×4 onze auto passeren. Manuel vond het een beetje vreemd, hij kende de auto niet en normaal komt hier echt geen mens wist hij mij te verrzekeren. Nadat we weer ingestapt waren reden we richting de bewoonde wereld terwijl Manuel ons vele verhalen vertelde over van alles en nog wat. Op een gegeven moment kwamen in the middle of nowhere ineens een prachtig gerestaureerd hutje tegen en tot mijn verbazing stopte we daar. Het gebouwtje is eigendom van zijn broer en de hele familie heeft een sleutel om het te gebruiken in de zomermaanden om er een feestje te geven. Prachtige locatie, geheel afgezonderd en mooi gerestaureerd. Even binnen gekeken en er stond natuurlijk weer van alles qua drank gereed.

Op het moment dat we wilden vertrekken kwam er een jongen geheel buiten adem en volledig in paniek aangerend. Hij was 1 van de inzittenden in de jeep die ons eerder had gepasseerd en zij waren van de weg afgeraakt. Eén van de inzittenden lag bekneld onder de auto en zij hadden niet genoeg spierkracht om hem te bevrijden. Direct zijn wij ingestapt en snel maar zeker richting het ongeval gereden. De jongen die nog in de auto zat, zat met zijn onderbeen klem en gelukkig konden we hem snel bevrijden.

Hij was bij kennis maar heeft waarschijnlijk wel enige botbreuken opgelopen. Op zich heeft dit gezelschap erg veel geluk gehad. Precies op deze plek is er een ander pad dat verder naar beneden loopt en daar is hun jeep ook direct pestopt met rollen. Was dit ongeval 20 meter verderop gebeurt, dan had geen van de inzittenden dit meer naverteld want de helling van zo’n 70 % gaat zeker 500 meter naar beneden.

We zijn met de gewonde voorin en de rest op de laadbak zo snel en veilig als we konden naar het eerste het beste dorpje gereden. we hadden inmiddels de ambulance al gebeld en na aankomst in het dorpje was deze ook snel ter plekke om de gewonde jongen af te voeren.

Nadat de ambulance was vertrokken kwam het hele dorp aangelopen en al gauw zaten we (weer) in een kroegje. Nu moest het hele verhaal aan iedere inwoner verteld worden natturlijk waarbij men zich ook rustig in een hevige discussie stortte over hoe het had kunnen geburen, hoeveel ze wel of niet gedronken hadden en wat er vroeger allemaal wel niet aan ongelukken had plaatsgevonden. Dit tafereel duurde maar liefst 2 uur waaruit je rustig de conclusie kunt trekken dat Madereinen wel heel erg goed kunnen ouwehoeren. Mocht daar ooit nog een olympische titel in te vregeven zijn dan dicht ik hen een hele grote kans toe. Uiteindelijk was ik rond een uur of 20.30 weer veilig thuis.