Een veel voorkomende boom op Madeira is de Eucalyptus, zeker aan de zuidzijde van het eiland. Deze boom is eind 18e eeuw ingevoerd om de kaalslag op het eiland tegen te gaan en toch in de behoefte aan hout te voorzien. Het is een snelle groeier en kan wel 5 meter per jaar in lengte toenemen. Ander voordeel van deze houtsoort is dat deze veel olie bevat en daardoor goed brandt. Grote stukken van het Laurisilva waren reeds in as opgegaan en het werd ook steeds lastiger om het hout naar beneden te halen vanaf de steile hellingen. Men had het hout nodig om houtskool van te maken die op haar beurt weer gebruikt werd in de suikerrietindustrie om de ketels mee te stoken. Het hout van deze boom is totaal ongeschikt voor constructie omdat het hout na droging ook gaat splijten en de stam in een spiraalvorm groeit. Dat laatste is ook de reden dat de bast er in lange stroken vanaf valt. Op Madeira groeit deze boom eigenlijk schijnbaar tegen de regels van de natuur linksom, dwz tegen de wijzers van de klok en de draairichting van de zon in. Hiervoor is natuurlijk een eenvoudige verklaring, deze boom komt oorspronkelijk van het zuidelijk halfrond, Australie, en daar gaat de zon precies tegenovergesteld van het noordelijk halfrond.

Waarom men deze boom tegenwoordig als een pest beschouwd heeft 2 redenen. De eerste is dat hij bijna niet meer uit te roeien is. De zaden die van de bomen vallen kunnen tientallen jaren goed blijven en ontkiemen. Vooral na een bosbrand worden de zaden aangespoord om uit hun schijnbare winterslaap te ontwaken. De andere reden is dat 1 eucalyptusboom gemiddeld per dag 25 liter vocht aan de grond onttrekt en daarmee ander leven op de bodem nauwelijks een kans geeft. Dit in tegenstelling tot de oorspronkelijke vegetatie van voornamelijk laurier en heide. Vooral de heide, die hier tot boomhoogte groeit, produceert per m2 20 tot 40 liter water per dag door middel van condensatie op de bladeren.

Neemt niet weg dat wanneer je door een stuk bos met eucalyptus loopt, je snel geneigd bent om nog eens diep te inhaleren om de kenmerkende geur tot je te nemen. Madeira staat al bekend vanwege haar schone lucht, maar lopend door een eucalyptusbos geeft het nog een extra dimensie. Natuurlijk kun je er ook hele mooie fotos van maken. (klik op de foto voor een groter afbeelding)
Inmiddels ben ik al druk aan het wandelen samen met andere gidsen van Madeira. Ik weet inmiddels ook al een beetje meer over de opleiding die ik ga volgen. Het zal 5 avonden in de week zijn, in Funchal en dat gedurende 7 óf 12 maanden. Iets meer dan ik gedacht had (understatement). Wanneer het allemaal van start gaat weet ik nog (steeds) niet maar dat is dan ook wel weer typisch portugees. Ik zal denk ik volgende week wel te horen krijgen dat de lessen afgelopen week al begonnen zijn.
Tijdens de wandelingen die ik de afgelopen tijd heb gemaakt, ben ik al heel veel te weten gekomen en in een enkel geval kon ik de gids zelfs wat leren. Zo zie je maar dat je nooit alles weet, maar ik moet erkennen dat hun kennis over Madeira wel heel erg groot is. Zo krijg ik straks les in de volgende vakken: Historie, geologie, plantenkunde, geografie en demografie en verder zullen er nog wel wat buitenlandse talen bij zitten.
Tijdens de laatste wandelingen heb ik mij toegelegd op het fotograferen van bijzondere bomen. Sommige van deze exemplaren zijn meer dan 700 jaar oud en hebben Madeira dus nog onbewoond meegemaakt. De oudere bomen vind je eigenlijk pas boven de 700 meter hoogte. In de tijd dat Madeira net ontdekt was, madeira is het portugese woord voor hout, was het eiland bedekt door een regenwoud en om aan landbouwgrond te komen besloot men een vuurtje te stoken. Dit vuur heeft 7 jaar lang gebrand en met name de lager gelegen gedeeltes ontbost. Op grotere hoogtes, zeker aan de noordzijde, is het te vochtig om alles in vuur en vlam te laten opgaan. Gelukkig is er een groot gedeelte bewaard gebleven en staat het zgn Laurisilva op de lijst van werelderfgoed, opgesteld door de Unesco

Op zich niet zo bijzonder, maar het contrast met de groene stam en de blauwe lucht ademt een serene sfeer uit. Een veel voorkomende naaldboom dus per definitie niet endemisch. Alle naaldbomen zijn geïmporteerd en in een later tijdstip aangeplant om in de behoefte naar hout te voorzien.

Bij deze boom is de hele stam bedekt met een “baard” van epifyten. Een Douglas spar, niet endemisch maar toch zeker een jaar of 200 oud.

Eén van de vele sparren met een heel aparte groeivorm. Niet endemisch maar aangeplant en te vinden bij Posto Florestal in Quiemadas

De grootste laurierboom die ik ooit gezien heb. Geschatte leeftijd zo’n 800 jaar met een stamomtrek van zeker 25 meter! Misschien dat deze boom binnenkort moet wijken voor de nieuwe snelweg naar Ponta do Pargo. (Lombada dos Cedros)