Madeira kent vele levada’s waarlang schitterende wandelpaden zijn aangelegd. In eerste instantie dienen deze paden voor het onderhoud aan de levada maar vaak lenen ze zich uitstekend om een mooie wandeltocht over te maken. Tijdens onze “vakantie” zijn we na het bezoek aan de watermolen verder dooregreden naar boven en op het einde linksaf geslagen. Na een paar honderd meter stond er een verwijzing naar deze wandeling en dus zijn we uitgestapt en hebben deze wandeling gedaan. De totale tijd heen en terug duurt ongeveer 3 uur en de naam van deze wandeling zegt genoeg.

De wandeling op zich is goed te doen. Er komt niet veel klimwerk aan te pas, alleen de trap aan het begin maar dat is te overzien. Verder moet je niet al te veel last hebben van hoogtevrees, maar de gevaarlijke punten zijn goed beschermd. Ik vermoed dat de levada voorheen als gevaarlijk werd beschouwd, maar na een renovatie begin dit jaar is dit echt niet meer het geval. De totale lengte is iets meer dan 5 km en je klimt (ongemerkt) 200 meter. Op dit moment komen er weinig tot geen toeristen dus een rustige wandeling met mooie vergezichten.

Vergeet niet een regenjasje mee te nemen want onderweg moet je onder een waterval door en kun je behoorlijk nat worden. Verder kom je nog een tunneltje tegen maar hiervoor heb je geen zaklamp nodig. Het einde van de wandeling brengt ja naar een schitterende plek, middden in de bossen en geen mens om je heen. Een stukje paradijs op aarde.
Madeira kent een paar festivals die wereldberoemd zijn. Eén daarvan is bijvoorbeeld het vuurwerk met oud en nieuw, maar dit weekend was het het bloemenfestival in Funchal. Na lang wachten kwam dan eindelijk de parade voorbij. Het was een bont gezelschap van veel kinderen en een aantal dansgroepen die vergezeld werden door praalwagens. In de kranten stond dat er dit jaar een record aantal toeschouwers was en ik moet bekennen dat het inderdaad erg druk was. Gelukkig hadden we een mooie plek en konden we alles van dichtbij bewonderen.




Marijke had tijdens het kerstfeest bij haar op het werk een hotelbon uit de lootjes getrokken en daar hebben we afgelopen weekend gebruik van gemaakt. Het was een tegoedbon voor een hotel aan de noordkant van het eiland met de naam Mont Mar Palace. Vrijdagavond zijn we richting Ponta Delgada gereden, een kustplaats aan de noordzijde van het eiland. Daar ’s avonds gedineerd en een wandeling gemaakt door het dorp om daarna nog net even de zon onder te zien gaan.

De volgende dag na het ontbijt werd het tijd om de omgeving wat beter te leren kennen. We reden richting São Jorge waar we koffie hebben gedronken tegenover de rozentuin van Quinta das Vinhas. Hierboven hebben ze een prachtig park aangelegd. Ook de rozentuin schijnt de moeite waard te zijn voor de rozenliefhebbers. Wij zijn echter doorgereden en op een gegeven moment zag ik een bordje langs de kant van de hoofdweg met de verwijzing Moinho a Àgua, wat zoveel betekent als watermolen. Zeker met onze nederlandse achtergrond waren we benieuwd naar deze “molen”. Daar aangekomen werden we verwelkomd door een echtpaar op leeftijd die hier nog altijd hun bedrijfje hebben. Ik begon direct in het portugees tegen hen te praten en al gauw was er een band ontstaan. Madereinen waarderen het enorm wanneer je ze in hun eigen taal te woord staat. Ze verwachten het niet en zijn dan ook reuze benieuwd wat wij hier zoal doen en waarom Madeira?

Het is een watermolen, aangedreven door levadawater, die het graan en maïs van de plaatselijke bevolking maalt. De molenaar wordt in natura betaald door 10% van de opbrengst voor zichzelf te houden. Het familie-bedrijfje is al meer dan 300 jaar oud en recentelijk gerestaureerd en in het jaar 2000 door de president heropend. Al gauw werden we uitgenodigd om even achterom te komen en wat verder te kletsen. Uiteindelijk doel was de aquadente, een heel sterk brouwsel gemaakt van gedestilleerde wijn. Er was geen ontkomen aan en ik moest er aan geloven. Nou vindt ik het absoluut niet lekker, maar ik wilde het echtpaar ook niet voor de kop stoten dus dan maar een klein beetje. Na een klein uurtje hebben we afscheid van hun genomen. Zeker de moeite waard om het eens te bezoeken.

De ruwbouw van ons huis en de vakantiewoningen is helemaal klaar en vandaag ontvingen wij dan eindelijk de bouwvergunning. We hebben bewust het risico genomen om zonder vergunning te beginnen. Normaal levert dat problemen op. maar onze aannemer kent de juiste mensen bij de gemeente en vraagt van te voren een mondelinge toestemmming om alvast met de grondwerkzaamheden te beginnen. Dit mag (bijna) altijd zonder de daadwerkelijke vergunning. Wanneer je besluit door te gaan met de bouw moet je de gemeente wel op de hoogte houden van de vorderingen en hen ook af en toe een inspectie laten uitvoeren zodat ze kunnen controleren of alles volgens tekening gaat. Ook moet je de buren vragen of zij bezwaar hebben, want zij kunnen de bouw onmiddelijk stil laten leggen. Gelukkig hebben wij goede contacten met de buren.
Het verkrijgen van de vergunning betekent dat we nu ook electra kunnen aftappen van de straat en dus niet meer de stroom van buurvrouw nodig hebben. Een ander voordeel daarvan is dat de stukadoors, die 3 fasen nodig hebben voor hun machine die het stucwerk gaat spuiten, geen agregaat meer nodig hebben. Andrade had al een agregaat geregeld maar dat hoeft nu niet meer. Scheelt weer in de kosten.
Al met al reden voor een borrel maar helaas hebben we school vanavond dus stellen we het maar uit tot aan het weekend welke wij in een hotel aan de noordzijde door zullen brengen. Meer daarover later.
Vorige week zaterdag zat ik zoals te doen gebruikelijk samen met de bouwvakkers tijdens de lunch bij het restaurant Precipicio. Vaak maken we er grapjes over omdat we elke dag vanaf een klif van 400 meter hoogte naar beneden staan te kijken en beetje staan te praten over van alles en nog wat. Maar voor dit ritueel plaats vindt, drinken we eerst een bica, een soort van dubbele espresso. Daarna gaan we naar buiten om te kijken of er nog veranderingen te zien zijn. Alleen de golven zijn elke dag anders zeggen we dan gekscherend. Maar deze keer viel mijn oog op een plekje dat ik nog niet eerder had ontdekt. Het was een zogenaamde miradouro, een uitzichtpunt. Ik denk dat dit, zeker voor de toeristen, een plekje is welke weinig bekendheid geniet. Het staat namelijk niet aangegeven op de doorgaande weg. Je moet bij de kerk van Raposeira het dorpje inrijden richting kust. Het is een smal weggetje en op een gegeven moment staat er op een huisje een verwijzingsbordje. Je komt nu op een betonnen paadje welke zich ongeveer 1,5 km lang over akkertjes zich een weg baant naar de miradouro.
Je hebt hier een geweldig uitzicht op Paúl do Mar, Jardim do Mar en Fajã da Ovelha. Natuurlijk wil ik jullie de beelden niet onthouden dus volgen hier enkele foto’s die we daar gemaakt hebben.



Afgelopen week is het nieuwe suikerseizoen geopend en is de oude “engenho” weer volop in bedrijf. Ik las in de krant dat de oogst dit jaar alle vorige heeft overtroffen. Let wel, ik heb het hier dus niet over de suikerbiet maar over rietsuiker. Dit gewas groeit hier al vele eeuwen en heeft een belangrijke rol gespeeld in de ontwikkeling van Madeira. Al gauw nadat Madeira gekolonialiseerd werd door de Portugezen besefte men dat het klimaat zich uitstekend leende voor het verbouwen van suikerriet. In de 14e eeuw was de handel in suiker, toen een luxe produkt, voornamelijk in handen van de Italianen die het op hun beurt weer uit de arabische landen haalden. De Portugezen hadden nu zelf de touwtjes in handen samen met de Belgen, die hier goed op ingespeeld hadden en een paar slimme zakenlui naar Madeira hadden gestuurd om het monopolie voor de europese markt te bemachtigen. Vanaf Madeira heeft het suikerriet eigenlijk de rest van de wereld veroverd. Met name het Caribisch gebied en Brazilië werden vanuit Madeira voorzien van een nieuw gewas. Ditmaal duldden de Portugezen geen concurrentie en na een eeuw was de rol van de Belgen uitgespeeld. De Portugezen haalden het suiker nu uit hun overzeese gebieden die mede met behulp van slaven heel goedkoop geëxploiteerd konden worden. Ook op Madeira kwam de klad er in en werd eigenlijk alleen nog maar suikeriet verbouwd voor de eigen behoefte.

In Calheta staat vlak bij het strand, schuin tegenover het politie bureau de zogenaamde ‘engenho’ wat zoveel als fabriek betekent. Hier wordt op het eiland dan eigenlijk de suikermolen mee bedoeld. Het mooie van deze fabriek is dat deze nog deels door op stoom aangedreven machines functioneert. De fabriek is buiten de feestdagen om vrij toegankelijk. In april en mei kun je het bedrijf in volle toeren zien en het enorme kabaal en ook de penetrante geur ondergaan. De stelen worden geplet en geperst en van het sap dat opgevangen wordt maakt men een klein aantal produkten. Ten eerste natuurlijk suiker, maar ook een soort van stroop en natuurlijk rum.

Mocht je het willen bezoeken vergeet dan niet het winkeltje boven de fabriek te bezoeken. Je kunt daar wat van hun produkten proeven en eventueel een keuze maken. Een aanrader is de 30 jaar oude rum die erg zacht van smaak is. Wij kopen hier meestal de zogenaamde “Bolo do Mel” , een soort van koek gevuld met honing. Dit is een specialiteit van het eiland, maar wij vinden dit toch één van de beste.
